Dagboek Willy Doreleijers 6 oktober 1944

Vannacht tussen 11 en 4 uur hevig artillerievuur. Overdag idem. Verschillende personen zijn in deze tijd actief in de weer voor de voedselvoorziening, met name voor de centrale keuken en de keukens in de kloosters. Vanmorgen gingen weer enkele personen gewonde koeien ophalen uit de weiden, die ter plaatse werden geslacht en dan bij Geerkens in de slagerij verder werden verwerkt. Onder deze arbeid in een wei kwamen zij onder granaatvuur te liggen, waarna zij ijlings hun werk in de steek lieten en terugkeerden, op één na. Dit was R. van Noort, controleur bij de C.C.D. (Crisis Controle Dienst), die getroffen werd en zijn leven liet bij zijn menslievende werk.

Zo vielen er dagelijks slachtoffers, die ons uiteraard niet allen ter ore kwamen. Zo hoorden we ook nu pas vertellen, dat daags na het vreselijke bombardement in de Hoofdstraat, ook op den Boschweg verschillende doden zijn gevallen door granaat-ontploffingen, o.a. in de Meijgraaf, waar in het gezin Van Zandbeek de vader, de moeder en 4 kinderen zijn gedood. Intussen stijgt bijna dagelijks het dodental onder de burgerbevolking.

Nademiddag kwamen er weer veel vliegtuigen over. In de verte was er de hele dag ‘n rollend geluid te horen, wat we meenden te kunnen identificeren als rollende tanks, die schijnbaar van St. Oedenrode naar Veghel optrokken.

Overdag moesten we dikwijls de kelder in. Als we gerommel hoorden in de verte, dan sloegen onfeilbaar zeker binnen enkele seconden de granaten ergens in de omgeving in. Daarom namen we geen risico en waren dan steeds dichtbij de kelder-ingang, om in ‘n wip beneden te kunnen zijn.