Dagboek Willy Doreleijers 5 oktober 1944

Meer geschut vannacht. Reeds vroeg was er beweging in de Duitse troepen. Ze gingen vertrekken. Doch aanstonds kwamen er andere voor in de plaats. Er werd beweerd, dat deze nieuwe soldaten niet zo beroerd waren als de andere, die veel jonger waren. Er mocht nu van de hoogst aanwezige officier ook niet meer geplunderd worden. Doch als echte moffen waren ook deze soldaten beroerd en ze plunderden naar hun believen.

De radioberichten waren goed vandaag: in Noord-Brabant waren 10 geallieerde divisies aangekomen. Oss, Dreumel en andere plaatsen zouden reeds bevrijd zijn.

Bij Geerkens, waar veel vee dat op verlaten boerderijen niet meer verzorgd kon worden werd ondergebracht in de stallen, wordt van nu af ‘s morgens melk verstrekt voor de kleine kinderen. Vanmiddag haalde ik met vader eten aan de centrale keuken bij Geerkens. Zoals steeds liepen we dicht langs de huizen, om bij het minste geluid van een granaat dekking te kunnen zoeken. Bij het H. Hart gekomen, nabij Sjef van Heeswijk, klapten vlakbij enkele granaten uiteen; we zagen ‘n kartets schuin boven ons in de lucht uiteen spatten, met na enkele seconden ‘n hevige knal. Direct lagen we voor het H. Hart-monument op de grond met kan en emmer. Het liep echter goed af en we kwamen heelhuids thuis. Dan kon er om onze capriolen, ondanks alle gevaar, toch nog gelachen worden.

De hele dag door was er artillerievuur te horen.

De familie Van Schaaijk uit de Hoofdstraat, die nu ook in onze buurt zijn terecht gekomen, kwamen vanmiddag op ons evacuatieadres wat buurten en brachten zodoende wat afleiding.