Dagboek Willy Doreleijers 4 oktober 1944

De bakkers zorgden dat de mensen tenminste ‘n beetje brood hadden. Zij wisten tussen het granaatvuur door hun broodjes te kneden, dat moest gebeuren met de hand, want overdag was er geen stroom.

Verschillende mensen zijn naar hun verlaten woningen in het verboden gebied geweest, om nog een en ander weg te slepen, ondanks het feit dat er bij de Pomp bij de Kerkstraat-Pompstraat en in de Servatiusstraat borden zijn geplaatst met de volgende tekst: “Oorlogsterrein. Op ieder die zich op dit terrein waagt wordt geschoten.”

Desondanks is ook onze onverschrokken vader, via de Servatiusstraat en de achtertuin van Kusters, gaan kijken wat er nog van onze bezittingen over was, na de brand van eergisteren. In zijn hart hoopte hij nog dat ons huis slechts gedeeltelijk verloren zou zijn gegaan en dat er van de inboedel wellicht nog iets te redden zou zijn. Tot zijn grote teleurstelling waren zijn bevindingen bedroevend: “Ons huis is tot op de grond toe afgebrand, evenals dat van onze buurman Kusters. Het is een grote puinhoop; van het interieur en de overige inboedel is niets over. Maar onze schuren staan nog overeind; de deuren van de voorste schuur zijn zwart geblakerd, maar ze hebben gelukkig geen vlam gevat. De daken zijn wel beschadigd, veel dakpannen liggen er schots en scheef op, of aan scherven op de grond.”

Geen leuk bericht om mee “thuis” te komen, maar wij waren al blij dat hij heelhuids was teruggekomen uit dat gevaarlijke gebied. Vader en moeder hebben deze tegenslag tegenover ons heel moedig opgevangen. Voor hen stond niet het materiële verlies voorop, doch slechts het welzijn van hun gezin, elke dag opnieuw. Het levensbehoud van ons allen was het allerbelangrijkste. Begrijpelijk was hun grote bezorgdheid voor hun afwezige kinderen Erica en Theo, maar een troostende gedachte was dat zij misschien nu in een minder gevaarlijke situatie verkeerden dan wanneer ze hier bij ons zouden zijn geweest.

En zo ging het leven verder; voor elke dag dat we nog bij elkaar konden zijn waren we dankbaar.

Vanmorgen in alle vroegte was vader er al op uit getrokken naar de boeren in het Elde en de Borne, om melk te bemachtigen, opdat we nu en dan ‘n bord pap konden eten, maar vooral ook voor de kleintjes, die niets tekort mochten komen. Vandaag kon hij zelfs ‘n paar eieren kopen voor 50 cent per stuk! Sommige uitzuigers kunnen toch maar moeilijk de zwarte prijzen vergeten. Er zijn er echter ook, die in deze angstige weken bekeerd zijn.

In de Molenheide zouden gevechten geleverd zijn tussen Amerikanen en Duitsers. De Duitsers moeten daarbij veel doden gelaten hebben en verschillende Duitse kanonnen zouden buiten gevecht gesteld zijn. Volgens radioberichten, die ook nu nog doorsijpelen, zijn ten noorden van Eindhoven twee Engelse divisies aangekomen. Dit gaf ons nieuwe moed en we verwachtten de bevrijding nu toch zeker binnen enkele dagen.