Dagboek Willy Doreleijers 23 oktober 1944

DAG DER BEVRIJDING VAN SCHIJNDEL

Tegen elven zal ik gisteravond in slaap gevallen zijn. Ik wist althans niet meer dat het licht is uitgegaan, wat steeds prompt om 11 uur geschiedde, terwijl ik vóór 11 uur het kaarsje nog aangemaakt heb.

Plots waren allen wakker. Een hevig gedreun deed zich horen. Het was juist middernacht. Het was een geweldig trommelvuur op Schijndel. Mijnheer en mevrouw Zijlmans, die sedert Vrijdag j.l. weer teruggekeerd waren in hun woning en nu parterre sliepen, kwamen ook naar de kelder. En het moest er al erg spannen voordat dit echtpaar naar beneden kwam.

Het was angst-aanjagend, zo’n trommelvuur. Het was niet op onze allernaaste omgeving gericht, maar misschien ‘n halve kilometer van ons af. Het gedreun met honderden inslagen hield aan, zonder één ogenblik op te houden, tot ± 1 uur. Toen werd het langzaam minder en tenslotte stierven de laatste slagen weg.

Wat ‘n opluchting! Nu zou de bevrijding toch wel beginnen, dachten we. Oververmoeid door onze gestoorde slaap, dommelden we daarop weer in, terwijl het echtpaar Zijlmans naar hun vertrek ging.

Even over zes begon het geroffel opnieuw. Vader en moeder waren reeds op. Vader was al aan het pannekoeken bakken, die we al lang niet meer geproefd hadden. Maar dank zij zijn gewaagde voedseltochten naar St. Michielsgestel was dat nu mogelijk. Moeder zorgde inmiddels al voor de koffie. Maar beiden moesten, evenals mijnheer en mevrouw Zijlmans, hals over kop snel de kelder in vluchten.

Het was weer, evenals van 12 tot 1 uur, een zwaar trommelvuur. Maar thans was het wèl op onze buurt gericht. Vreselijk harde inslagen deden het huis en de kelder schudden. Evenals midden in de nacht baden we de Rozenkrans met de gebeden, die vader er altijd bij bad als het gevaar groot was. Toen wachtten we in angst en spanning af, dicht bijeen gedrongen. Harde en minder harde inslagen wisselden elkaar elke seconde af. Weer ‘n reuze knal; enkelen van ons hoorden ruiten vallen. Even daarop roken we kruitdamp; dus een inslag op het huis! We dachten allemaal: “als we er dat maar levend afbrengen”.

Het bleef maar duren; er moest toch wel een aanval van de geallieerden op til zijn. Weer duurde dit vuren ruim een uur, toen werd het langzamerhand stiller.

Tegen half acht durfde mijnheer Zijlmans eens in de voorkamer te gaan kijken. Dra was hij terug met de mededeling, dat alle ruiten eruit waren, de verduisteringsgordijnen aan flarden, en scherven door de zoldering en de muur. Wat later ontdekten we ook, dat midden op de landbouwschool een voltreffer terecht was gekomen en twee in de voortuin. Ook bij de buurman dokter Verstraaten en op vele andere plaatsen kwamen voltreffers terecht.

± 8 uur een ontgoocheling! Henri had van iemand op straat gehoord, dat de Duitse wacht bij de villa van Harrie Jansen weer op zijn post stond. Zouden we dan nooit afkomen van die moffen?

8.30 uur. Daar had je het! Een Engelse pantserwagen reed door de Hoofdstraat in de richting van den Boschweg. Zouden de bevrijders dan tóch komen? Onmiddellijk daarop kwamen 2 Engelse infanteristen met hun typische mutsen en in gebogen houding, met het machinegeweer in den aanslag, langs de huizen geslopen. Ze gingen tot de villa van Jansen en keerden toen terug. Wij vroegen ons af wat de dag zou brengen? Zware gevechten misschien?

Spoedig bleek, dat thans een nieuw geallieerd offensief begonnen was. Na enkele gevechtswagens kwam ‘n rij van zeker 25 zware tanks door de Hoofdstraat rollen, richting ‘s-Hertogenbosch. Toen durfden we al gauw onze uitkijkpost in de voorkamer te verlaten en ‘n kijkje in de straat te gaan nemen. We waren niet de eersten, en weldra stond de straat vol met mensen; zwaaiende, roepende en juichende mensen, die begrepen dat de bevrijding nu werkelijkheid geworden was! En de Tommy’s zwaaiden vriendelijk terug of knipoogden eens.

Daarna kwamen er weer ‘n boel gevechtswagens, daarop de infanterie. De mensen wilden hun dankbaarheid betuigen met appels en peren, die er gelukkig volop waren. Iets anders konden we onze bevrijders niet aanbieden. Toch kregen enkelen van iemand nog ‘n flesje “Perl”. De zakken van de Engelse militairen puilden uit, ze moesten het fruit aannemen, of ze wilden of niet. Daartegenover deelden de Tommy’s gul cigaretten uit. Zelfs oudere dames, die nog nooit gerookt hadden, durfden zo’n aanbod uit beleefdheid niet te weigeren.

Toen ik wat later op de voormiddag Anny bezocht bij Geerkens, stonden aan weerszijden van de Hoofdstraat honderden mensen te wuiven en te juichen naar de militairen in de vele tanks en gevechtswagens, die nog steeds passeerden. Overal opgeluchte gezichten na dien bangen nacht.

Naar ik hoorde zouden onder het geweldige trommelvuur van vannacht slechts 2 doden en enkele gewonden te betreuren zijn, namelijk onder de geëvacueerden in het Patronaatsgebouw, waar een dochter van Barten uit de Toon Bolsiusstraat en een dochter van Memel uit de Kerkstraat zijn omgekomen. De kerk van St. Servatius en zeer vele, zo niet alle huizen hadden onder het granaatvuur geleden, het ene meer, het andere minder, doch glasschade had elk huis.

Zowel voor- als nademiddag bleven de tanks e.d. rollen in de richting ‘s-Hertogenbosch. Dat gaf ons een gerust gevoel. Van de andere kant vreesden we toch de granaten, die nu ongetwijfeld van Duitse zijde zouden komen. Tegen het middaguur heb ik er dan ook enkele horen fluiten, waarop ikzelf zowel als de omstanders snel tegen de grond gingen liggen. Ze sloegen verderop in, namelijk bij de markt en nabij de kerktoren, waar in ‘n kelder een jonge tweeling van Johan Kuenen-Bosmans uit de Kerkstraat werd gedood en enkelen werden gewond. Dit waren de laatste granaten, voor zover ik weet, die op Schijndel vielen. Helaas eisten ze meer slachtoffers, dan de duizenden granaten die Schijndel in de afgelopen nacht teisterden. Het Engelse geschut, waarmee de restanten van het Duitse leger in onze omgeving werd bestookt, maakte ons echter ook nog vaak aan het schrikken.

Veel tanks parkeerden op de markt en in de Kloosterstraat, om – zoals de Tommy’s zeiden – in de nacht Boxtel te bevrijden. Nademiddag hoorden we, dat Boxtel reeds bereikt was vanuit Best. Van verschillende kanten schenen de Engelsen nu naar ‘s-Hertogenbosch op te rukken.

Toen de geallieerde infanteristen vanmorgen hier aankwamen, werden ze door de burgerbevolking aanstonds ingelicht omtrent de plaatsen waar nog moffen zaten. Toen laatstgenoemden bemerkten dat de Tommy’s op komst waren, kropen de helden in de kelders en bleven daar wachten tot het verlossende woord “Rauskommen” in hun oren klonk. Zo werden de infanteristen direct verwezen naar de kelder van de villa van Harrie Jansen, waar nog moffen moesten zitten. De mensen dromden voor de villa bijeen en dra kwamen de Tommy’s terug met 9 krijgsgevangenen, die ten aanschouwen van alle aanwezigen werden ontwapend en gefouilleerd, en daarna met de handen omhoog werden weggevoerd.

Graag hadden de mensen hun belagers eens onder handen genomen. Ware het gebeurd, dan zou er van die moffen-plunderaars weinig overgebleven zijn! Doch de bevolking hield haar woede in, maar ieder had wel leedvermaak. Een enkeling schold de moffen intussen wel de huid vol, en probeerde de Engelsen aan het verstand te brengen, dat de rovers hier zelfs de horloges van de mensen op straat hadden afgenomen. Doch daar bleef het bij.

Al gauw na de aankomst van de infanteristen was de weg blijkbaar reeds op mijnen onderzocht, want hier en daar zag men bordjes tegen de bomen bevestigd, met de woorden “Road cleared”.

Over de radio zou vandaag gezegd zijn, dat vannacht om 0.01 uur een offensief geopend was, met een artillerievuur op Schijndel, door 200 kanonnen. Goed, dat we dat in de nacht niet geweten hebben! In de loop van de dag heb ik met m’n oude fototoestelletje enkele – foto’s gemaakt van de rollende tanks, de Tommy’s en de belang stellende bevolking.

Deze eerste dag van de bevrijding zijn er heel wat Engelse cigaretten door de Schijndelnaren de lucht in geblazen. En niet alleen door de mannen en jongens, maar elk meisje en bijna elke vrouw wilden nu de bevrijders toch “‘n plezier doen” als deze hun een cigaret presenteerden, en ze begonnen er dan lustig op los te paffen. Voor velen was het hun eerste cigaret!

‘s Avonds hebben we een Engelse luitenant van 19 jaar en enkele van zijn manschappen op bezoek gehad in ons evacuatie-oord. Aardige kerels waren het, die ons elke gewenste uitleg gaven, plezier maakten, en zelfs op ons verzoek Engelse liedjes zongen. Daarbij waren ze zeer kwistig met cigaretten en zij zorgden voor ‘n kopje echte thee. Jammer genoeg kon moeder bij dit vreugdevolle contact met onze bevrijders niet lang aanwezig zijn. Vanwege een flinke pijn in haar zijde trok zij zich terug in onze schuilkelder, waar ze op haar matrasdeel trachtte te bekomen van de pijn en de doorgestane emoties.

De eigen voeding van de Tommy’s was buitengewoon: vlees, eieren, ham, soep, thee, koffie, alles in geconserveerde vorm. In de loop van de dag deelden ze ook chocolade en zuurtjes uit, als ze ergens stopten om te pauzeren.

Zo hebben we dan ondervonden hoe het leven in 24 uur tijd veel kan veranderen. Van onder-de-grond-levende-mensen waren we plots weer tot een normaler leven teruggekeerd. Doch voor alle veiligheid bleven we toch maar liever enkele nachten nog in de kelder slapen, maar nu met het gelukkige besef, dat voor ons het lijden en het gevaar voorbij was!