DE SOK IN SCHIJNDEL
Een verdwenen dorpsbeeld
Jac. van Eekelen.
Publicatie bij gelegenheid van de officieel in
gebruikneming van het gebouwencomplex Europalaan 40 in Schijndel door het
Project Anders Werken.
September 1987.
INHOUDSOPGAVE.
-------------
1.
Inleiding.
2. Terugblik op een
roemrucht verleden uit het
bedrijfsjubileumboek (1955) van Anton Coolen.
3. De ondergang van Jansen de
Wit
ex-werknemers luchten hun hart.
(Eerder
gepubliceerd artikel uit "De Kreuge")
4.
HET STOND IN DE KRANT.
Een
persknipselselectie.
Inleiding.
Ooit
waren de namen Jansen de Wit en Schijndel één geheel. Wie Jansen de Wit zei, zei
Schijndel en omgekeerd. Die tijden zijn inmiddels voorbij, nog niet zolang
geleden overigens. het is wel opvallend, dat met de afbraak van de fabriek het
"tijdvak Jansen de Wit" volledig afgesloten lijkt te zijn. Toch zou
het jammer zijn als van de geschiedenis van
dit bedrijf, dat zovele
jaren zovele Schijndeinaren en mensen uit de omgeving werk heeft verschaft,
niets meer bewaard zou blijven. Gelukkig is er al een stuk historie vas_el_d in
het bedrijfsjublieumboek van Antoon Coolen, dat in 1955 verscheen. De periode
hierna tot 1985, toen dit bedrijf letterlijk uit het Schijndelse straatbeeld
verdween, wacht echter nog op een
nadere geschiedschrijving.
Het
bedrijfsarchiefmateriaal, aanwezig bij het streekarchivaat in Veghel, kan
hiertoe veel aanknopingspunten bieden.
Zo heeft de
fotografiecursusgroep van het Project Anders Werken in Schijndel hier de nodige
archieffoto's ontdekt. Voornamelijk foto's, die op de periode van vóór 1955
betrekking hadden en daardoor des te meer aantrekkingskracht hebben. Het
vastleggen van het recente spectaculaire afbraakproces van deze fabriek door
leden van de fotogroep bleef zo niet langer beperkt tot het nemen van dat soort
foto's maar het leidde zoals gezegd ook naar de oudere bedrijfsfoto's in het
streekarchief. Tevens ontstond toen de gedachte om bij gelegenheid eens een expositie
in te richten over het Jansen de Wit-verleden aan de hand van fotomateriaal.
Deze gelegenheid deed zich
voor bij de officieel ingebruikneming van het nieuwe pand aan de Europalaan in
Schijndel begin september van dit jaar. Besloten werd om samen met de expositie
ook een beknopte foto/tekst-brochure uit te geven om op deze wijze de
herinnering aan een belangrijk bedrijfsverleden langer vast te houden en dit
voor iedere belangstellende gemakkelijker
toegankelijk
te maken.
Het fo_archiefmateriaal is
dermate omvangrijk en onder het publiek is ongetwijfeld nog meer aanwezig,dat
een uitvoeriger
fotokijkboek ooit nog eens
te overwegen zou zijn.
Wij spreken hierbij de hoop
uit, dat deze brochure een stimulans mag betekenen tot een bredere vastlegging
van de geschiedenis van de Schijndelse kousen- en sokkenindustrie van Jansen de
Wit
met
al zijn positieve en negatieve aspecten, met name in de latere jaren, hieraan
verbonden.
Tot slot willen wij hierbij
gaarne nog onze dank uitspreken
aan de volgende groepen of
personen voor hun hulpverlening bij dit project: de cursisten van de
PAW-fotogroep, PAW-projectleider Frank van Geffen, de medewerkers van het
streekarchivaat in
Vegh
el
met
name de heer van Bemmel, een aantal ex-werknemers van
Jansen de Wit voor hun
medewerking in woord of geschrift, de Zusters van Liefde in Schijnd_l voor het
finantie_l mogelijk-maken van foto-expostie en het P.A.W. als zodanig voor het
in druk realiseren van deze borchure en de uitgave hiervan.
1. - TERUGBLIK
OP EEN ROEMRUCHT VERLEDEN.
------------------------------------
Op het te_rein langs de
Hoofdstraat in Schijndel waar voor enkele jaren terug de trotse gebouwen stonden
van de kousenfabriek Jansen de Wit, is thans een nieuw woningcomplex ver_
schenen. het "gat van Schijndel", de trieste leegte na de totale
afbraak van de fabriek, is weer gevuld. lli vroegere werkplaats is woonplaats
geworden.Jongere generaties zullen niet of nauwelijks meer weten, dat er op
deze plaats jarenlang 70 jaar in feite een grote kousen en sokkenfabriek
gestaan heeft, die duizenden mensen uit Schijndel en omgeving werkgelegenheid
geboden heeft. "De Sok" in Schijndel was een begrip
in de verre omtrek. In
Nederland staat de grootste kousen en sokkenfabriek van westeuropa schreef het
toenmalige dagblad "De Tijd" eens in een uitvoerig artikel op 19 juni
1954 over de kousenproductie van Jansen de Wit.
In lyrische beschrijvingen
werd de lof. van deSchijndelse kous bezongen. Toen kon dat nog want het bedrijf
was in volle bloei. Een jaar later, in 1955, vierde M.Jansen de Wit's
kousenfabrieken N.V. op een grootse wijze feest bij gelegenheid van het 125
jarig bestaan van het bedrijf, tevens het 40-jarig bestaan van de vestiging in
Schijndel.
De fabriek kreeg het
predicaat "koninklijke" voor haar naam.
Vele wereldlijke en
kerkelijke autoriteiten verleenden die dag luister aan het feestgebeuren. Het
Brabants Orkest trad op in volle bezetting, er werd een speciale revue
opgevoerd "Het naadje
van de kous" geheten,
een speciaal jubileumnummer van het bedrijfsblad "Contact"
verscheen, kortom er werd uitbundig feest gevoerd in Schijndel. Maar dat was
nog niet alles. Er werd ook nog een speciaal jubileumboek uitgegeven geschreven
door de destijds
zeer bekende brabantse
schrijver Antoon Coolen. De ietwat moeilijke titel van het boek luidde
"Van de breischei tot 75 gauge,- _h_t ver
haal van een
kousenfabriek". Het boek beschrijft de geschiedenis van het bedrijf tot
het jublileumjaar 1955. Het is in feite een grote lofzang op het bedrijf Jansen
de Wit dat jarenlang een familiebedrijf is geweest. De namen van de
fabrieksdirecteuren Harry,
Mathieu
en Wim zullen véle audwerknemers van. Jansen.de;Wit nog bekend in de oren
klinken. Iedereen die kennis neemt
van
de ontwikkeling van dit bedrijf zal inderdaad tot het inzicht moeten komen, dat
JeDeWe ontzaglijk veel betekend
heeft voor de bevolking van
Schijndel en omstreken daar het jarenlang een stabiele werkgelegenheid heeft
geboden. Coolen schrijft er in zijn boek o.m. de volgende opmerkingen over
(pag. 9): "Schijndel is er zeer door veranderd. Het cijfer van zijn
bevolking is meer dan verdubbeld sinds dit bedrijf
zich hier vestigde... Er .zijn
langs de dorps:
straat moderne winkels
gekomen met spiegelruiten en verzorgde
etalages. Men _et er
reclames in kleurig neonlicht. Er zijn goedingerichte restaurants voor het
reizigersverkeer. Er is die hele wending naar de dorpsmodernisering".
Interessant is in Coolens
boek verder te lezen over de over
wegingen van ondernemer
Martinus de Wit sr. om zijn bedrijfje
van Eindhoven te verplaatsen
naar Schijndel. In Eindhoven w_rd toentertijd de arbeidsmarkt steeDs schaarser
door de ontwik
keling van Philips, die veel
personeel naar zich toetrok. Coolen schrijft over Schijndel als
vestigingsplaats (pag.34): He_"dorp was niet groot, maar ook niet te
klein. Het had op dat ogenblik
(1915) een bevolking van
6000 zielen. Het- hlld benporlijke ver.
bindingswegen.-
Het 'lag aan de verkeers-weg van E'indhÜ'v_n> naar Den Bosch, aan de
spoorlijn naar Wesel, waar het aan de ene
kant verbinding had met
Duitsland en naar de andere richting via Boxtel aansluiting had met het
nederlandse spoorwegennet.
De meierijse tram gaf langs
de dorpen van de omgeving verbindingen met Den Bosch en Eindhoven. En het lag
in de onmiddelijke nabijheid van de drukbevaren Zuid-Willemsvaart".
Over Schijndel als
arbeidsmarkt schrijft hij: "De bevol1<ing bestond grotendeels uit kleine
boeren. Ze was plattelands en Ongetwijfeld van nature weinig geneigd tot
industrie. Maar men meende een zekere kentering waar te nemen naar aanpassing
aan een modernere levenswijze en aan nieuwe arbeiJsmethoden. Juist in
de
oorlogsjaren (le wereldoorlog 1914/18) met hun grotere uitvoermogelijkheden
naar het buitenland ontwikkelden zich in
Schijndel bloeiende klompen
en hoepelmakersbedrijfjes waaruit onder de land bevolking een eerste vaste
groep van arbeiders
was ontstaan. Evenals van
ouds het weven aan het getouw, was
ook het breien aan de
machine aan de landelijke huisnijverhei_ allerminst vreemd, zodat de aard van
het bedrijf vertrouwen wekte in zijn aantrekkingskracht op de dorpse
arbeidsjeugd".
Toch liep niet alles van een
leien dakje. De industrialisatie
in Brabant moest in het
begin van deze eeuw immers nog beginnen. Coolen (pag. 71): "De
arbeidskracht bleek stroever dan men gedacht had. Die afweer gold overal in den
aanvang der industrialisatie van het platteland. De kleine boeren met de grote
gezinnen hadden, ondanks het vastlopen van de levensmogelijkheden voor hun kin
deren, toch bezwaar ze naar
de fabriek te sturen; ,en de bezwaren golden vooral de dochters. Uit latere cijfers
blijkt dat ook de boerenzonen liever op de ouderlijke boerderij bleven,ook al
vonden hun handenler geen
wer_ dan zich er van los te laten.
Ook een andere factor
speelde nog sterk mee. "Het standsgevoel
van den boer is uit de tijd
van het 1ge eeuwse fabrieksproletariaat een geringschatting van den
fabrieksarbeid bijgebleven. De opkomst van de Eindhovense gloeilampenfabriek
kende hetzelfde verschijnsel toen dit bedrijf zijn vrouwlijke arbeidskrachten
tot ver in de plattelandse omgeving haalde. De meisjes van "de lamp"
golden niet voor de besten en er werd in die tijd een liedje op gesmaald. De
vele Schijndelse
hnutbedrijven ,. .de
.klompen ::en mandenmakerijen, .vormden een inheemse nijverheid van landelijke
aard en waren voor de landbouwende bevolking altijd een aanvulling geweest van
de bron van hun bestaan. In de eerste Schijndelse jaren van Jansen de Wit waren
er veel van zulke bedrijfjes".
Ook de kerkelijke leiders in
het katholieke Brabant werkten remmend op de industrieële ontwikkeling getuige
de volgende uitspraak "Tot de twintiger jaren stond de burgelijke en
geestelijke overheid op
het platteland zeer
gereserveerd tegenover de industrie.
Vanaf de kansel in de
dorpskerk werden de meisjes gewaarschuwd tegen het gaan werken op de fabriek in
de stad".
De
ontwikkelingen waren echter niet tegen te houden. Liep de personeelssterkte
bij Jansen de Wit in de oorlogsjaren (1914/18 aanvankelijk terug, aldus
Coolen, van 70 naar 55 (10 mannen, 45 vrouwen), vanaf 1923 voltrok zich echter
een omwenteling in de kousenindustrie
toen de kunstzijdekous (de
sjanskous zoals ze toen werd genoemd zijn intrede deed. De productie steeg
zienderogen en het machinepark werd steeds groter en moderner. in 1925 waren
er 132 werknemers (10 mannen, 122 vrouwen). In 1927 was de personeelssterkte
al verdrievoudigd tot 347 (108 mannen, 237 vrouwen). Opvallend is hier de
sterke stijging van het mannelijk personeel
veroorzaakt door de
sterktoegenomen machinearbeid.
In 1929 werd een
personeelssterkte bereikt van 450, medeteweeggebracht door de invoering van de
gorte cottonmachines uit Duitsland. In dat jaar werd ook de firma omgezet in
een N.V. en werd
de nieuwbouw in beton
gerealiseerd.
Hoewel er in deze jaren een
grote wereldcrisis heerste, kon het bedrijf toch zijn groei voortzetten omdat
de vraag naar kousen en sokken constant bleef. Coolen hierover (pag. 96): Voor
een verantwoorde exploitatie bleef het peil van de prijzen evenwel laag en
alleen door in de jaren 1931/32 alle winsten in het bedrijf te steken kon men
een goede basis houden want het bedrijf bleef
groeien". In Geldrop
werd toen een eigen spinnerij gebouwd. In 1934 was de personeelssterkte
gegroeid tot bijna 800 (311 mannen, 457 vrouwen). De fabrieksruimte was
intussen het vijfvoudige ge
worden
van
die
waarin het in 1915 begon. In 1938 kwam de 1000e
werknemer in de fabriek. Ook
tijdens de 2e wereldoorlog in de bezettingsjaren 1940/45 kon het bedrijf zich
handhaven. In de jaren 1941, 1942 en 1943 waren er resp. 1394, 1283 en 1322
werknemers. In 1943 verrees het aan velen bekende vivitekaartje van Schijndel,
de twee fabrieksschoorstenen van Jansen de Wit, duidelijk zichtbaar als men de
dorpskom inreed. In dat jaar kwam naast de reeds bestaande schoorsteen er een
tweede bij van 45 meter
en werd de eerste tot
ongeveer dezlefde hoogte opgetrokken. In 1951 steeg het aantal arbeidskrachten
tot boven de 2000. Vanaf het jaar 1947 had het nylongaren zijn intrede gedaan
in het productieproces hetgeen weer leidden tot nieuwe mogelijkheden. Telde
Schijndel in 1940 zo'n 9600 inwoners, in 1949 waren dat era 1 11.000. De snelle
bevolkingstQename kon echter geen_ge__jke.tred houden met de dynamische
expansie van de kousenfabriek. Jansen de
Wit schakelde eigen bus
vervoer in om de arbeiders naar Schijndel te halen. Toen dat te meoilijk blee_
ging men over tot de oprich
ting
van eigen ateliers
in
diverse dorpen in de omgeving. Zo waren er ateliers in Op100, Uden, Boxmeer,
Veghel en St. Oedenrode. Het klimaat voor
het werken in de industrie
scheen intussen behoorlijk gewijzigd te zijn. Coolen noteert in verband met de
oprichting van een atelier in Boxmeer (pag. 142): "In Boxmeer werd deze
werk
gelegenheid
voor meisjes warm verwelkomd. Burgemeester en pastoor gaven al hun
medewerking. De decentralisatie van het ateliergebeuren breidde zich zelfs uit
tot in de kloosters.
Coolen
(pag. 146): "In enige
kloosterzustèrs van b'eschouwendé.
orden,
die
i n hun e i gen 1 e ven s 0 n der hou d, moe ten' voo r zie n,"iÏ!-s een
hoekje van de refter ingericht
tot afwerking van ,de kous.
Dit was o.a. het geval bij
de zusters Postulanten in Lithoyen en Haren, de Carmelitessen in Boxmeer, de
reguliere Kanunnikanessen van St.Augustinus in Deussen en de Agustinessen van
Sambeek. Het is ontroerend te zien, zegt hij, de dankbaarheid van de gezichten
van de zusters te lezen als er weer een zeriding
ter afwerking de klooster
deur was binnengekomen. De atelierdecentralisatie in de omliggende dorpen
vermeerde het aantal werknemers met plusminus 400, zodat in 1953 de verhouding
mannen/vrouwen in dat jaar ongeveer gelijk lag resp. 1009/1086.
In deze jaren werkte zo'n
10% van de totale Schijndelse bevolking bij Jansen de Wit ofwel, 26 %.va_ alle
bero_psbeoè_ena_e_ ofwel 44% van alle industriearbeiders.
Geen
wonder, dat Schijndel en Jansen de Wit zo sterk met elkaar verbonden waren en
dat daardoor de klap van het faillissement
begin
januari 1985 zo hard aankwam. het zou te ver voeren in dit
bestek
verder te gaan op allerlei nevenontwikkelingen,
die
het
gevolg zijn of waren van het
bestaan van Jansen de Wit in Schijndel. Gewezen zou kunnen worden op de
ontwikkeling van allerlei gemeenschapsvoorzieningen bv. de bevordering van het
(bedrijfs) onderwijs, sport en recreatievoorzieningen maar ook de vele sociale
voorzieningen in het bedrijf zelf, die voor die tijd beslist vooruitstrevend
mogen worden genoemd. Denk aan het bestaan
van diverse fondsen. Bij
gelegenheid van de viering van het zilveren bedrijfsjub1ieum van directeur Harry
Jansen werd een bedrijfspensioenfonds gesticht. Maar er bestond ook een eigen
doktersfonds en eigen aan het klimaat van die tijd in de katholieke
werkgeverswereld een priesterstudiefonds.
In 1945 kwam er een
personeelsraad in het bedrijf, een instelling die volgens Coolen negen jaar
vooruitliep op de wet op de ondernemingsraden van 1954. Cool en (pag. 183):
"Met zijn sociaal geleide economie heeft het bedrijf een on_iskenb_ar
diepe i n vlo e d ge had 0 p deS c hij n del se ar
bei d s gem e e.n s c hap, die - I a n g s allerlei
wegen doorwerkt in het dorp". Dat die verstrengeling van bedrijfsbelang,
gemeenschapsbelangen gemeentebelang soms ook minder positieve kanten kan hebben
is sommigen niet ontgaan. Er zijn dan ook ex-werknemers van Jansen de Wit, die
stellen, dat de verwevenheid van bedrijf en gemeentebelang dermate groot
geweest is, dat geruime tijd andere industrievestiging geweerd werd. Anderen
stellen daartegenover dat hier wel een kern van waarheid in kan zitten doch dat
op andere p_aatsen precies hetze}fd_ _e_eurde. Hoe dit ook zei de vruchten'van
de bedrijfsvestiging van Jansen de Wit in Schijndel zijn ontegenzeggelijk
voor velen groot geweest.
Als dan in de zeventiger jaren door' internationale ontwikkelingen, landelijke
politieke machtsstrijd en mismanagement een dergelijk bedrijf in een
neerwaartse spiraal terecht komt, is het einde snel in zicht. Eind 1984 is
het wel bekeken.Het
faillissement wordt formeel uitgesproken op
3 januari 1985. daaraan ging
uiteraard nog wel het nodige aan vooraf. Zo is er in januari 1977 zelfs een
massale protestdemon
stratie geweest waar zo'n
werknemers de straat opgingen,een voor Schijndel tot dan volslagen onbekend
verschijnsel. De laatste jaren waren veel werknemers verbitteid en met het'definibiev_
einde 'stond iedereen op straat. Over deze laatste jaren en alles wat er toen
gebeurde willen we enkele ex-werknemers aan het
woord laten. Hun verhalen
zijn eerder gedeelteijk gepubliceerd in het blad "De Kreuge", een
uitgaven van Het "Project Anders werken" in Schijndel.
DE
ONDERGANG VAN JANSEN DE WIT.
Ex-werknemers
luchten hun hart.
------------------------------
Vanaf 3 januari 1985 is
Schijndel niet langer meer Jansen de Wit en Jansen de Wit niet langer Schijndel;.
De koninklijke textielfabrieken M.Jansen de Wit wordt'.faiIliet verklaárd
eh_alle wêdewerkers worden ontslagen.
Op 10 januari wordt een
nieuwe eigenaar bekend: Nedac-Sorbo.
Even later wordt weer
personeel opgeroepen om op bescheiden schaal het bedrijf voort te zetten maar
het kwaad is dan allang geschied.
De frustaties bij alle
ex-werknemers, met name de laatst ontsla
genen zijn groot. De loog
opgekropte gevoelens beginnen nu naar buiten te komen. Men wil ook de andere
kant van de medaille eens belichten.
In de tot nu toe verschenen
publicaties in ,de kranten lijkt het erop alsof er alleen politiek-economische
belangen bestaan. De menselijke kant van de zaak wordt nagenoeg geheel
doodgezwegen. Daarom zijn ex-werknemers zjch nader gaan verenigen om nu eens
hun vizie op de gang van zaken te geven.
We spraken met een drietal
ex-werknemers, afkomstig uit verschillende bedrijfsonderdelen. Hun leeftijden
zijn resp.52,54 en 63 jaar. Hun werkperioden bij Jansen de Wit waren resp.
30,39 en
37 jaar. Twee van hen zijn
in januari 1985 ontslagen, de derde man zes jaar geleden. Hun Yerbitter_ng is
groot. Waa_om moest_ het gaan zoals het gegaan is? Wat zit hun dwars? Hieronder
hun verhaal.
Verschillende
directies.
------------------------
De positie van de werknemers
was volgens hen zolang de familie Jansen de directie voerde, goed beschermd.
Jansen de Wit voerde een vooruitstrevend sociaal beleid. Rond de jaren zeventig
kwamen er vreemde directies op het toneel en in 1974 vond de door de overheid
afgedwongen overname plaats van DanIon in Emmen. Toen
is het snel bergafwaarts
gegaan. Vanaf die tijd zijn er wel zestien verschillende directies geweest.
Dit feit alleen al moet het
nodige te denken geven,
zeggen .ze om nog maar niet te spreken over de 60 miljoen overheidsgeld, die
erin gestoken is.
De laatste drie jaar is er
een direkteur (een zekere heer Willemse, aangezocht door het Ministerie van
Economische Zaken,
die een "missie"
had. Wat die missie was weten we niet maar van
af dat moment leek het erop,
zo zegt een van hen, dat het bedrijf moedwillig kapot moest. D_ opzet w_s
w_aYschiinliik heel het bedriif over te plaatsen naar Emmen. Dat is niet
doorgegaan maar toen begon wel de grote verkwanseling. Diverse kapers zaten er
op de kust.
Maandenlang overleg volgde
met alle onzekerheid van dien voor voor de werknemers. Intussen waren er al
verschillende ontslaggolven geweest. Het is vooral begonnen in 1986. De mensen
zijn
toen
door een hel gegaan, merkt een van hen oP.
IJe
tra m- _ ja a r 1 97 4 .
De pijn begon eigenlijk al
in 1974. Danion in Emmen klopte toen bij de overheid aan om financiële steun.
Ze zaten met een verlies van zo'n la miljoen gulden. Er volgde een fusie met
Emmen. Tegen de wil van de Schijndelse werknemers. Maar wat wisten we van alle
onderhandelingen binnens en buitenskamers af? Het ging volledig over de hoofden
van de mensen op de werkvloer heen. Er zijn grote spanningen geweest tussen
"Schijndel" en "Emmen". Dit zijn na-:
tuurlijk hemeltergende
verhoudingen. De Schijndelse directie heeft hier o.i. volkomen verstek laten
gaan. Als de directie toen krachtdadiger opgetreden had, had de situatie zich
mogelijk gunstiger
kunnen
ontwikkelen. "Emmen" moet volgens ons bijzonder goede kon
,
takten hebben g,ehad in
"Den Haag", zeggen zij, want wat. zij VOQ'r
stonden
kwam meestal.
'-,
Blunder
van de eeuw.
In 1976 kwam er een
onderzoek van de Nehem (ned. Herstructurerings_ maatschappij), een onderdeel van
het Ministerie van Economische Zaken Conclusie:er is een mogelijkheid tot
continuering van werk
gelegenheid op lange termijn
als er een afbouw plaats vindt van de panties tot 30 miljoen en van de _okken
tot 6 miljoen maar dan
moet alles geconcentreerd
worden in Schijndel. Dit omd_t,_a!dus een van onze gesprekspartners, de
know-how van hat sokkenbreien in
.....
Emmen
zou ontbreken_ Ook presidentscommissaris van de Wal in die tijd
_e_e_ingswaarnemer Molkenboer alle commissarisen en de di
rectie waren hiervoor. Het
pleit werd echter niet gewonnen. De toenmalige ministerpresident Den Dyl
persoonlijk besliste anders, tengunste van de werkgelegenheid in Emmen. Lubbers
was toen wel Minister van Economische Zaken maar hij heeft kennelijk het onderspit
moeten delven of hij is het er ook mee eens geweest, aldus onze
gesprekspartners.
Hoe het ook gegaan is, deze
politieke beslissing heeft ons de nekslag gegeven in Schijndel.
"De politiek" heeft
de kool en de geit willen sparen. De panties naar Emmen en de sokken in
Schijndel plus op beide plaatsen ontslag voor zo'n 400 werknemers. Maar de
heren vergaten daarbij wel, dat deze twee producten niet te scheiden waren,
alleen al niet
door de verkoop. Een
vestiging op twee plaatsen is een dure zaak. Volgens bepaalde berekeningen 1,8
miljoen per jaar.
De mislukking van deze
politieke beslissing heeft dan ook niet lang op zich laten wachten. het is de
blunder van de eeuw geweest. Wij zitten hier nu met de gebakken peren of beter
nog de rotte appels van dit gevoerde beleid.
Rol
van de vakbonden.
Wat
is de rol van de vakbonden geweest in heel deze affaire? Ook hier schijnt
volgens onze gesprekspartners, verdeeldheid een rol gespeeld te hebben o.a. binnen
de FNV. De afdeling N@.ord van deze
bond
bepleitte uiteraard primair werkgelegenheid voor Emmen, de afdeling Zuid voor
Schijndel. Toch wil men er niet te negatief over oordelen want, zo zegt een van
hen, meneer Butselaar van
het
FNV heeft zijn schoenzolen versleten voor zijn leden om erûit te halen wat erin
za_ Daar heb ik groot respect voor. Je moet
ook niet teveel
verwachtingen van vakbonden koesteren, zegt een ander. Kijk maar naar de RSV of
de ADM. Die bonden roeren hun mond, ze spelen hoog spel maar het resultaat is
practisch altijd nihil. Iedere bond behartigt op eigen manier de belangen
van de aangesloten leden,
meer niet. Er is geen gezamenlijke frontvorming. Hun nogel_jkheden zijn
beperkt.
Massale
onlustgevoelens en onvrede.
Jansen de Wit bestaat niet
meer. Bij de nieuwe eigenaar Sorbo werken weliswaar weer een _aantal mensen. De
vraag is voor hoelang? Hoe staat het intussen met de ex-werknemers? Hoe
ervaren al die jarenlange trouwe werknemers van Jansen de Wit de ontslag
situatie?
Het betekent in ieder geval,
zeggen ze, voor heel veel mensen ge
dwongen thuis zitten.
Allemaal mensen, die gewend zijn geweest altijd hard te werken. Al deze mensen
is nu hun recht op arbeid ontnomen.
Dat er in deze tijd nog veel
meer mensen werkeloos zijn, is een schrale troost. Als er 800.000 mensen
tandpijn hebben, voel je niet de tandpijn van die anderen, maar wél je eigen
pijn, zegt een van onze gesprekspartners. Met name de mensen, die de laatste
jaren ontslagen zijn, zijn door een hel gegaan in het werk en ze zijn nu niet
eens in een vagevuur terechtgekomen ook! Als je mensen, die hier zo'n 40 jaar
gewerkt h_bben huilend de. pnoxt uit gaan, dan is er echt wel iets gebeurd. Een
aantal mensen zijn op beslist onfatsoenlijke manier ontslagen. Ze hebben soms
niet eens
de
week uit mogen werken.
Als
zakies meel aan de kant gézet.
Ze zijn gewoon als zakjes
meel aan de kant gezet. Veel mensen hebben zo'n geweldige klap gehad, dat ze
nauwelijks tot nieuwe activiteiten in staat zijn. De verwerking zal nog vele
jaren duren. Ik ben nog steeds ziek thuis, zegt een van hen. Er hier iets over
te kunnen vertellen vind ik prachtig want dan kan ik mijn gemoed tenminste
even luchten.
Maar als ik direct hier
wegga, komt het weer als een klap op me af en dat blijft op je af komen. je zit
thuis en je leeft op pillen. Je komt andere mensen tegen en je weet eigenlijk
niet goed wat je moet zeggen.
Natuurlijk. wordt er over_
het werk ge_pro_en maar je hebt ge_n. werk.
Dat gebeurt niet één keer
maar regelmatig. In familie en kennissenkring gaan de gesprekken erover,
overal. En dan lees je nog in
de krant, dat er bij Sorbo
alleen de beste werknemers overgebleven zijn of, zoals een ander ze1t, de minst
lastigen. Dan ga je zelf weer piekeren.