Ineke Strouken : Geschiedenis van eten en drinken

Datum: 9 april 2018
Tijd: 20:00  tot  22:00

Waarom kent de gemiddelde Nederlander meer dan vier stamppotten en wordt er in de winter erwtensoep gegeten? Waarom houden Nederlanders van zoute haring en zoute drop, terwijl men in het buitenland daarvan gruwelt?

Waarom gaan er op verschillende plaatsen in Brabant op 6 januari driekoningenzangertjes langs de deur? Het heeft allemaal te maken met onze culinaire geschiedenis. Nu is het normaal dat je het hele jaar genoeg te eten hebt en dat je zelfs in de winter verse groenten kunt kopen. Toch is het nog maar ruim honderdtwintig jaar geleden dat met de uitvinding van het wecken een eind kwam aan de honger. Voor dit tijd waren de mensen de hele zomer in de weer om voldoende voedsel in de winter te hebben. En ook nog voedsel dat lang goed bleef. Het vullen van de kelder was een intensieve taak die op Sint Maarten (11 november) klaar moest zijn. Drogen, roken, pekelen, inkuilen, onder vet of op zuur zetten, konfijten waren conserveringsmethoden die elke vrouw kende.

Onze culinaire geschiedenis heeft alles te maken met wat er aan vlees/vis en groente voor handen was, op welke manier men het goed kon houden en welke methoden men had om het te bereiden. Op een open vuur kook je namelijk heel anders dan op het fornuis dat in de negentiende eeuw zijn intrede deed. De culinaire geschiedenis is ook zichtbaar in onze jaarfeesten. Nog steeds eten wij speculaas met Sinterklaas en is Kerstmis het feest van uitbundig eten. Dit alles heeft een historisch verhaal dat u te horen krijgt.

Ineke Strouken is directeur geweest van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland en heeft doctoraal geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Utrecht.